De 5 momenten van handhygiëne

De 5 momenten van handhygiëne-aanpak definieert de belangrijkste momenten wanneer zorgverleners handhygiëne zouden moeten toepassen.

1. Voor het aanraken van de patient

Voor het aanraken van de patiënt
Ter voorkoming dat de patiënt wordt gekoloniseerd met gezondheidszorggerelateerde micro-organismen, moet handhygiëne plaatsvinden, voordat de patiënt wordt aangeraakt of de patiëntzone wordt betreden. De patiëntzone omvat de patiënt en zijn/haar directe omgeving, inclusief oppervlakken die door de patiënt zijn aangeraakt (zoals de bedrails, infusieslangen) en oppervlakken die vaak door personeel worden aangeraakt (zoals monitoren en knoppen).
 
Voorbeelden: Vóór het schudden van handen, een patiënt helpen bewegen, medisch onderzoek.

2. Voor een schoonmaak- of antiseptische procedure

Voorafgaand aan een schoonmaak- of antiseptische procedure
Voordat je een schoonmaak- of aseptische procedure uitvoert, is handhygiëne van cruciaal belang om zorginfecties te voorkomen. Handhygiëne moet plaatsvinden tussen de laatste blootstelling aan een oppervlak en onmiddellijk voor de toegang tot een kritieke locatie met infectierisico voor de patiënt of een kritieke locatie met gecombineerd infectierisico. 
 
Voorbeelden: Vóór wondverzorging, het inbrengen van een katheter, het bereiden van voedsel, medicijnen.

3. Na mogelijke blootstelling aan risicovolle lichaamsvloeistoffen

Na mogelijke blootstelling aan risicovolle lichaamsvloeistoffen
Na het uitvoeren van een taak met een risico waar handen worden blootgesteld aan lichaamsvloeistoffen, moet de handhygiëne onmiddellijk plaatsvinden en vóór een nieuwe hand-tot-oppervlak blootstelling, zelfs als je in de patiëntzone blijft. Deze actie vermindert zowel jouw risico om gekoloniseerd of geïnfecteerd te worden door infectieuze stoffen en het risico van overdracht van micro-organismen van een ‘gekoloniseerde’ naar een ‘schone’ lichaamsplaats bij dezelfde patiënt.
 
Voorbeelden: Na het afnemen van en omgaan met bloed, het opruimen van urine, ontlasting, het omgaan met afval.

4. Na het aanraken van een patient

Na het aanraken van de omgeving van een patiënt
Nadat de patiënt is aangeraakt en voordat een voorwerp in het gebied buiten de patiënt wordt aangeraakt, is handhygiëne belangrijk om het risico op verspreiding in de gezondheidszorgomgeving minimaal te houden. Deze handeling beschermt je ook door besmetting van je handen met de flora van de patiënt aanzienlijk te verminderen.
 
Voorbeelden: Na het schudden van handen, een patiënt helpen bewegen, medisch onderzoek.

5. Na het aanraken van de omgeving van een patiënt

Na het aanraken van de omgeving van een patiënt
Het laatste moment voor handhygiëne vindt plaats tussen handblootstelling aan een oppervlak in de patiëntzone en een daaropvolgende handblootstelling aan een oppervlak in het gebied buiten de patiënt – maar zonder de patiënt aan te raken. Handhygiëne is op dit moment vereist, omdat blootstelling aan patiëntenobjecten, zelfs zonder fysiek contact met de patiënt, gepaard gaat met handbesmetting.
 
Voorbeelden: Na het verwisselen van het beddengoed, aanpassing van de perfusiesnelheid.

Meer educatief materiaal

Tork educatief materiaal
Voor e-learnings en ander educatief materiaal over huidgezondheid en handhygiëne. Neem contact met ons op via +31 (0)30 698 46 60